Energietransitie in de glastuinbouw
Tegen 2050 moet de sector namelijk klimaatneutraal zijn waarbij het terugdringen van het gebruik van fossiele brandstoffen een belangrijk item is. Een sectorbrede oplossing, die voor elk bedrijf optimaal is, lijkt niet onmiddellijk voorhanden. Voor elke serre zal de ideale combinatie van maatregelen en technieken onderzocht moeten worden, waarbij de financiële haalbaarheid cruciaal is. Wanneer we spreken over energie in de glastuinbouw, moeten we er steeds rekening mee houden dat de glastuinbouw nood heeft aan warmte, licht, elektriciteit en CO2. Aan de hand van de 'Trias Energetica' wordt een kort overzicht gegeven van de vandaag gekende technieken die in aanmerking komen om de energievraag van de serre in de toekomst duurzaam in te vullen. Toekomstige innovaties moeten voortdurend opgevolgd worden om hun toepasbaarheid in de sector te kunnen bepalen.
Trias Energetica
De Trias Energetica is een driestappenstrategie die ontwikkeld werd aan TU Delft. Het is een strategie om een ontwerp energiezuinig te maken. In onze visie beschouwen we de drie stappen als bouwblokken die flexibel ingezet kunnen worden in functie van de specifieke noden van de serre. In figuur 1 wordt deze strategie schematisch voorgesteld.
Bouwblok 1: Beperk de vraag naar energie
Door het gebruik van besparende maatregelen en in te zetten op efficiëntie, kan de vraag naar energie beperkt worden. Dit maakt het gemakkelijker om de energievraag in te vullen op basis van duurzame bronnen. Voorbeelden van technieken die hierop werken, zijn de optimalisatie van het schermgebruik, het gebruik van actieve ontvochtiging om meer in te kunnen zetten op schermen, een verbetering van de klimaatsturing (onder andere op basis van AI), een verbeterde belichtingsstrategie en het efficiënter inzetten van laagwaardige warmte.
Bouwblok 2: Maak optimaal gebruik van duurzame bronnen
In het tweede bouwblok wordt gefocust op een maximale invulling van de energievraag door hernieuwbare energiebronnen. Het bekendste voorbeeld is de inzet van zonne-energie, maar ook het gebruik van alternatieve energiedragers zoals waterstof of biogas is een mogelijkheid. In Nederland wordt sterk ingezet op diepe geothermie, maar het potentieel hiervoor is in Vlaanderen slechts beperkt. Een volledige elektrificatie, in de veronderstelling dat de elektriciteitsvraag volledig ingevuld kan worden door, al dan niet zelf opgewekte, hernieuwbare energie past ook hierin. Ten slotte is ook het delen van energie tussen bedrijven zeker een mogelijkheid. Let wel, voor elk van deze technieken is de kostprijs van de warmte cruciaal.
Bouwblok 3: Zet in op efficiëntie bij het gebruik van fossiele bronnen
Om de overgebleven energievraag in te vullen, moeten fossiele bronnen zo efficiënt mogelijk gebruikt worden. Energiedelen, slim gebruik van warmte en elektriciteit en lange termijn-opslag van warmte kunnen ook in dit bouwblok nuttig zijn. Ook de combinatie van een wkk en een warmtepomp hoort hier nog thuis. De elektriciteit die opgewekt wordt met een wkk kan dan worden ingezet om de warmtepomp van elektriciteit te voorzien.
Ook CO2-voorziening is belangrijk
De oplossing is voor elke serre anders. Teelt, grootte van de serre, de locatie, de ouderdom, … zijn allemaal factoren die een invloed hebben op de ideale samenstelling van het energiesysteem. Naast de warmte en elektriciteit, mag zeker ook CO2 als voedingsstof voor de plant niet vergeten worden. Door de afbouw van fossiele bronnen kunnen we namelijk tot een potentieel CO2-tekort komen waardoor ook een efficiënte omgang, op vlak van dosering en klimaatsturing, belangrijk is. Ook alternatieve CO2-bronnen afkomstig uit bijvoorbeeld industriële processen moeten onderzocht worden.
Meer informatie?
Voor een uitgebreider overzicht verwijzen we jullie door naar het artikel ‘Energietransitie dwingt ook de glastuinbouw om de energievraag duurzamer in te vullen’ in Proeftuinnieuws nr 19