Kan ik gras vergisten?
Hoeveel maaisel is er beschikbaar en waar gaat het naartoe?
Grasmaaisel is een biomassastroom die vrijkomt bij maaien. Het type maaisel is afhankelijk van de herkomst van het gras. Deze pagina focust op het bermmaaisel dat vrijkomt bij het beheren van de bermen. Jaarlijks komt er in Vlaanderen zo’n 72.000 ton DS bermmaaisel vrij via het Agentschap Wegen en Verkeer, de gemeenten, de Vlaamse Waterweg en Infrabel (VITO, 2022). Het maaisel mag niet blijven liggen (Bermdecreet) en wordt dus afgevoerd. Een deel gaat naar compostering, een deel naar afvalverbranding, een klein deel naar vergisting. Het bermgras komt in pieken vrij omdat meestal slechts 2 à 3 keer per jaar gemaaid wordt.
Daarnaast komt nog zo’n 18.000 ton DS natuurgras (ANB, Natuurpunt en andere) en 12.000 ton DS ander gras (luchthavens, havens, erosiestroken en golfterreinen) vrij per jaar.
Mogelijkheden en uitdagingen van grasvergisting
- Het biogaspotentieel van gras varieert tussen de 30 Nm³/ton en 300 Nm³/ton. Ligninegehalte, maaimoment, graskwaliteit, … hebben invloed op de vergistbaarheid van het grasmaaisel. Het bermgras uit het Grassification-project had een biogaspotentieel van 110 Nm³/ton. Uitdagend hierbij is dat het biogaspotentientieel het hoogst is als het binnen de 48 uur vergist wordt. Inkuilen lijkt dus noodzakelijk maar brengt een kost met zich mee.
- Verschillende soorten vergisting kunnen gras in bepaalde hoeveelheden verwerken. Natte vergisting is technisch haalbaar in beperkte hoeveelheden, indien de grasvezels klein genoeg zijn zodat de mechanische onderdelen van de vergister niet worden geblokkeerd. Natte vergisting van bermgras brengt ook wat operationele uitdagingen met zich mee:
- Gras is moeilijk verpompbaar (DS gehalte van <20-40%).
- neiging tot drijflagen
- aanwezigheid van zand, grond, stenen; zwerfvuil (PET-flesjes, blikjes, verpakking, …).
- Extra voorbehandeling zou dit probleem grotendeels kunnen oplossen, maar dit heeft een grote kost. Dit is minder het geval bij droge vergisting, wat het interessant maakt.
- Co-vergisting met mest is technisch haalbaar en interessant. Dit werd getest op Inagro in het project Grassification. Valorisatie van het digestaat is echter een uitdaging, omdat je dan moet voldoen aan afvalwetgeving en mestdecreet. Monovergisting werd binnen het Grassification-project ook getest bij de firma Vanheede. Technisch was dit mogelijk (indien recirculatie van het percolaat), maar financieel nog niet.
- Bermmaaisel wordt aanzien als afvalstroom. Om te garanderen dat plantpathogenen en onkruidzaden afgedood worden, is een nabehandeling van het digestaat vereist. De exacte voorwaarden hiervoor zijn terug te vinden op de website van OVAM. Het digestaat uitrijden op het land is alleen mogelijk na het verkrijgen van een grondstoffenstatuut.
- Door de verplichte nabehandeling is het economisch nog niet zo interessant om bermmaaisel te vergisten in co-vergisting (natte vergisting). De kost voor nabehandeling is ongeveer 60 % van de totale vergistingskost. Droge vergisting is interessanter op techno-economisch vlak.